Ik ben ook een expert

Promotor: Patrick Colemont

Deze award is specifiek gericht op projecten waarbij ervaringsdeskundigen, patiënten, context en mantelzorgers een significante plaats innemen in de zorg.

Dit zijn de drie genomineerde projecten

De herstel fluisteraar

Sonar (vzw walden)

We hebben een eerste editie van het magazine ontwikkeld in functie van een eindwerk van een ervaringswerker ter afronding van de opleiding aan de sociale hogeschool van Leuven. Een tweemaandelijkse editie en brede verspreiding van dit magazine is de finale doelstelling.

Lees meer

Binnen de context van het eindwerk van Sylvie Boisieux ‘Als ervaringswerker ben ik een bruggenbouwer. Wat houdt dit in? Een metaforische exploratie en een praktische denkoefening‘, werd de herstelfluisteraar ontwikkeld als praktijkvoorbeeld. De herstelfluisteraar wil primair verbindend werken en herstel breed maatschappelijk integreren.

Het opzet van het magazine is ideeën, verhalen en goede praktijken rond herstel samen te brengen en hiermee te inspireren en te motiveren. Essentieel aan de opbouw van dit magazine is dat niet enkel aan cliënten of ervaringswerkers werd gevraagd hierin een bijdrage te leveren maar dat iedereen van het behandelende team, van de (ex)cliënten en andere belangrijke partijen werd betrokken bij de opbouw. Aan iedereen werd gevraagd ‘wat herstel betekent en in het bijzonder hoe je dit kan vertalen in goede zelfzorg.’

Deze bijdragen werden samengevoegd tot het proefmagazine. De diverse bijdragen werden gedepersonaliseerd. Iedereen was vrij zijn naam hieraan te verbinden maar de positie van waaruit deze bijdrage kwam werd weggelaten. Cliënt, behandelaar of belangrijke derden krijgen een zelfde positie in het magazine. Het kan dan tot de verbeelding spreken van de lezer wie de persoon achter de bijdrage is maar hierin zit een krachtig normaliserend effect. Elke bijdrage kan door de lezer naar waarde worden ingeschat vanuit een persoonlijk perspectief, dus kortom de lezer wordt aangetrokken tot datgene waarmee hij zelf vanuit zijn eigen zelfzorg belang aan hecht. De diverse adviezen, ideeën, verhalen … zijn gelijkwaardig naar expertise en slagkracht toe. Het gaat voorbij aan het laterale leren onder lotgenoten. Het geeft aan hulpverleners of andere betrokkenen ook input voor hun eigen ‘zelfzorg’.

De bedoeling is een tweemaandelijks magazine uit te brengen. Een brede input wordt beoogd. Een centraal thema zal dienen als kapstok om de bijdragen richting te geven. De bijdragen vanuit verschillende posities in de GGZ is de rode draad. We wensen niet enkel binnen de eigen organisatie info te verzamelen maar dit open te stellen en diverse partners te zoeken die hun achterban hiervoor enthousiast kunnen maken. De pure vorm van gedepersonaliseerde bijdrages is de werkvorm. We wensen dit magazine niet aan te vullen met nieuws uit de sector, reportages over goede praktijken of andere zaken van die orde. We willen een neutrale bundeling van expertise betreffende een bepaald thema aan bieden aan de hand persoonlijke bijdrages zonder hiervoor een vast format te eisen. Creativiteit en individualiteit zijn hierin belangrijke aspecten.

Mensen inspireren en motiveren is het primaire doel. Daarom zouden we dit magazine ook niet enkel categoriaal verspreiden maar ook direct naar de samenleving brengen. Enerzijds digitaal om de kosten beperkt te houden maar anderzijds zien we dit ook in culturele centra, koffiehuizen … fysiek verschijnen naast een brede verspreiding binnen de sector.

Hoe wordt de expertise en de ervaringsdeskundigheid van de patiënten benut in dit project?

Aan de zorggebruikers wordt gevraag vanuit hun eigen expertise te reflecteren rond een bepaald thema (nu was dit zelfzorg) en te delen wat voor hunzelf helpend/herstellend heeft gewerkt. Waar gevraagd konden onze revalidanten beroep doen op de ervaringswerker om hierin te ondersteunen. We wensen in de toekomst een digitaal klankbord te voorzien voor iedereen die rond zijn eigen bijdrage vragen heeft. Echter is er geen vast format en wordt elke bijdrage als expertise beschouwd. Zolang deze binnen de context van het thema wordt uitgewerkt. Het gaat over expertisedeling en geen verzameling van getuigenissen of proza in het algemeen.

Op welke wijze wordt de context van de patiënt betrokken?

In het proefproject werd deze herstel fluisteraar gedeeld met alle personen die betrokken waren en kleinschalig reeds in omloop gebracht. Dit gaf de kans aan iedereen om dit met hun netwerk/context delen. Bijdrages vanuit de eigen context werden in een eerste proefdruk niet gerealiseerd.

In een volgende fase zal hier explicieter de nadruk op gelegd worden. We wensen ook koepelorganisaties zoals similes te betrekken om andere perspectieven (context, mantelzorgers,…) een meer prominente plaats te geven in het magazine

In welke mate past het project in de herstelvisie?

Het magazine vindt zijn oorsprong in een eindwerk van Sylvie Boisieux. Hieronder een quote die deze vraag goed beantwoordt ‘Als ervaringswerker bij V.Z.W. Walden Sonar is één van mijn dagelijkse taken het in contact komen met de wensen en dromen van onze cliënten. Dit tijdschrift is een samenvatting van dromen en dankbaarheid, maar ook een concretisering van de herstelvisie. Deze oefening bracht enthousiasme en optimisme met zich mee. Hierdoor kwam het idee om het concept te ontwikkelen als een concrete illustratie van onze beroemde brug. Herstel wordt hierbij gevisualiseerd alsook tastbaar gemaakt.’

In welke mate is het project vernieuwend?

Dit magazine beoogd een nieuwe vorm van communicatie tussen alle deelnemers van de G.G.Z. Het wil een platform creëren wat de kracht van lotgenoten groepen, inzet van ervaringswerkers, opleidingen voor zorgverstrekkers rond herstel, … overstijgt.

Er zijn goede websites, goede magazines die rond het thema herstel informatie verspreiden. Echter is dit steeds georganiseerd vanuit bepaalde perspectieven en draagt dit nog niet voldoende bij tot het normaliseren en maatschappij breed implementeren van de herstelgedachte volgens ons. Door de achtergrond te anonimiseren wordt er meer openheid gecreëerd om expertise te delen zonder waardeoordeel van de lezer.

In welke mate zijn de lessons learned overdraagbare leerpunten voor anderen?

De actieve participatie van zorggebruikers in het inrichten van de inhoud van de geleverde zorg is een proces geweest binnen het revalidatiecentrum. Dit is gestart met getuigenissen van ex-cliënten, bijdrage aan herstelsessies van actieve cliënten tot het zelf inrichten van modules voor en door onze revalidanten.

Een open sfeer binnen de organisatie en een voldoende uitgebouwde herstelvisie zijn noodzakelijk om een open sfeer te creëren waarin vertrouwen en veiligheid de hefbomen zijn om dergelijke projecten te realiseren. Het vraagt van de professional een verlaten van een veilige metapositie, dit gaat niet over 1 nacht ijs.

Kernboodschap voor anderen:

Zorggebruikers expert maken is meer dan enkel een behandelplan/herstelplan samen overlopen. Het is durven de eigen kwetsbaarheid te aanvaarden als hulpverlener en oprecht open staan om bij te leren van jouw cliënt. Te vertrouwen in je eigen professionaliteit om een als goede compagnon de route deskundig te adviseren maar evenzeer te vertrouwen in de weg die de cliënt uitstippelt.

Terugkomdag

Therapeutische Gemeenschap ‘de evenaar’

We willen in de therapeutische gemeenschap ‘de evenaar’ een terugkomdag voor ex-bewoners introduceren. Dat biedt huidige bewoners en ex-bewoners de kans om elkaar te ontmoeten en ervaringen te delen. Dat zorgt ervoor dat ex-bewoners de band met ‘de evenaar’ niet te bruusk hoeven te verbreken en hun expertise kunnen delen.

Lees meer

Therapeutische gemeenschap ‘de evenaar’ wil ieder kwartaal een terugkomdag organiseren voor ex-bewoners. Zij die binnen een periode van twee jaar afgerond hebben ‘de evenaar’ zouden persoonlijk uitgenodigd worden om samen met de bewoners die op dat moment in behandeling zijn te delen. Ex-bewoners die al langer dan twee jaar met ontslag zijn, worden via onze nieuwsbrief (periodieke publicatie, opgesteld door hoofdzakelijk bewoners) uitgenodigd; iedereen blijft welkom. Het is een moment voor huidige bewoners en ex-bewoners om elkaar te ontmoeten en ervaringen te delen. Zo kan iedereen zien hoe het elkaar verder afgaat. Ook is het voor ex-bewoners een kans om een deel van het team terug te zien. (vanuit de hechtingstheorie is het belangrijk om gradueel te separeren, de ander verdwijnt geleidelijk en ik kan alleen verder). Iedereen kan op dit moment wat van elkaar leren. Bewoners kunnen leren uit de ervaringen en expertise van ex-bewoners. Ze krijgen een beeld van na ‘de evenaar’. Hierbij zouden zowel valkuilen als opportuniteiten aan bod kunnen komen. De ex-bewoners is hier een soort expert, niet alleen voor elkaar, maar ook voor het team. Zo zouden we van hieruit aspecten kunnen meenemen naar de toekomst voor ons behnadelingsaanbod en onze werking. Het biedt ons als therapeuten tevens de kans dit project samen met de huidige bewoners op poten te zetten. Zo kunnen we samen kijken (betrokken, belangrijke pijler in de therapeutische gemeenschap) hoe we dit moment het best inkleden en vorm geven (agency, tweede belangrijke pijler van zowel de therapeutische gemeenschap als de herstelvisie).

Hoe wordt de expertise en de ervaringsdeskundigheid van de patiënten benut in dit project?

Bewoners en ex-bewoners zijn ervaringsdeskundigen en experts voor elkaar. Ieder van hen heeft andere ervaringen en kan elkaar iets bijbrengen (valkuilen, mogelijkheden). Doordat ex-bewoners vanuit verschillende vertrekjaren uitgenodigd worden, krijg je verschillende informatie, verschillende processen (studeren, werken, net gestopt met ‘de evenaar’, al langer gestopt met ‘de evenaar’, nog in therapie, geen therapie meer nodig…). Voor huidige bewoners kunnen ex-bewoners fungeren als rolmodel, iets wat hoopgevend kan zijn op momenten in therapie waar die hoop soms ver zoek is. Ook voor het team zijn ex-bewoners expert vanuit hun ervaringen en kunnen wij hieruit leren (zowel naar tekortkomingen als naar groeimogelijkheden).

Op welke wijze wordt de context van de patiënt betrokken?

Tijdens de opname op ‘de evenaar’ wordt de peergroup een context op zich. Ze hebben elkaar veel te bieden (via constante spiegeling). Via de terugkomdag wordt de mogelijkheid geboden om een deel van hun context van toen terug te zien. Dit kan niet alleen voor ex-bewoners belangrijk zijn maar evengoed voor huidige bewoners. Zo kunnen ook huidige bewoners zien hoe hun ex-groepsgenoten het er verder vanaf brengen. We vinden het ook belangrijk dat de bewoners actief kunnen participeren in het op poten zetten (zowel wat betreft voorbereiding als de terugkomdag zelf).

In welke mate past het project in de herstelvisie?

In ‘de evenaar’ werken we naar een zelfstandiger en vrijer functioneren, gekaderd binnen ieders mogelijkheden. De band die opgebouwd werd, moet ook op een veilige manier afgebouwd worden. Bewoners moeten eerst een veilige hechting kunnen aangaan met ‘de evenaar’, zodat ze daarna beter kunnen loslaten (separeren) en verder doorgroeien naar meer zelfstandigheid. Dit past ook in de normale ontwikkeling en hechtingstheorie. De terugkomdag is niet bedoeld om therapeutisch met ex-bewoners aan de slag te gaan, maar maakt juist gebruik van de (verworven) mogelijkheden, zowel van die van de bewoners als die van de ex-bewoners.

In welke mate is het project vernieuwend?

In de meeste behandelingen stopt het contact na de opname. Wij willen erna ook iets aanbieden dat zowel voor huidige bewoners als voor ex-bewoners verrijkend kan zijn met als doel het separatieproces niet te bruuskeren. Het geeft huidige bewoners de kans om te leren van ervaringen van ex-bewoners (zij die hen eigenlijk voorgaan) en het geeft ex-bewoners betekenis om hun expertise in hun traject te delen. Huidige bewoners en ex-bewoners kunnen leren uit de ervaringen van elkaar en daaruit conclusies trekken voor hun eigen traject. Het creëert een forum waarin opportuniteiten en valkuilen met elkaar gedeeld kunnen worden. Daarnaast geeft het de kans om de banden die tijdens de opname gecreëerd werden, op ieders individueel tempo los te laten.

In welke mate zijn de lessons learned overdraagbare leerpunten voor anderen?

In dit hele gebeuren staat de ontmoeting met elkaar centraal, zowel de ontmoeting tussen ex-bewoners onderling, als tussen bewoners en ex-bewoners, als tussen de bewoners, ex-bewoners en verschillende teamleden. Vanuit deze ontmoeting kunnen ervaringen gedeeld worden. In het kader van expertise en ervaringsdeskundigheid zijn het vooral de ex-bewoners die een cruciale rol tussen, naast de bewoners kunnen innemen, dit in een ongedwongen sfeer, aansluitend bij elkaars belevings- en interessesfeer. Het creëert een forum waarin opportuniteiten en valkuilen met elkaar gedeeld kunnen worden. Daarnaast geeft het de kans om de band die tijdens de opname gecreëerd werd, niet te snel te hoeven verbreken.

Kernboodschap voor anderen:

We willen ex-bewoners extra betrekken bij ons therapeutisch aanbod. Enerzijds om de breuk met ‘de evenaar’ niet te bruusk laten verlopen; anderzijds willen we hun ervaringsdeskundigheid gebruiken naar huidige bewoners toe.
Huidige bewoners kunnen samen met ons (gelijkwaardigheid) dit initiatief mee op poten zetten (agency), waarbij ex-bewoners veel te bieden kunnen hebben aan elkaar en aan de huidige bewoners.

WEP (Werkgroep Ervaringsinzet en Participatie)

PC Sint-Hiëronymus Sint-Niklaas 

We willen ervaringsdeskundigheid inzetten en zo cliënten ondersteunen; hulpverleners helpen om beter in te spelen op de noden van cliënten; belangstellenden helpen een beter begrip te krijgen rond psychische kwetsbaarheid.

We willen bijdragen tot een herstelgerichte GGZ; het taboe rond psychische kwetsbaarheid doorbreken; en hoop, perspectief en empowerment bij cliënten versterken.

Lees meer

WEP staat voor Werkgroep Ervaringsinzet en Participatie. Deze groep bestaat uit een enthousiaste groep ervaringswerkers (+/- 20-tal) die verbonden is aan het PC Sint Hiëronymus.

WEP is verweven binnen heel de werking van het PC, de leden zijn zowel actief op beleidsniveau, afdelingsniveau, en richten zich zowel naar cliënten, hulpverleners als niet-hulpverlenend personeel. WEP werkt actief samen met hulpverleners van het PC om binnen het groepsaanbod aan cliënten de ervaringskennis en expertise van ervaringswerkers meer aan bod te laten komen, maar WEP heeft ook een eigen aanbod aan cliënten, via bv. het aanbieden van trainingen, individuele gesprekken rond herstel. Wij merken dat de inzet van deze expertise leidt tot meer hoop en perspectief bij cliënten en tot nog een beter begrip van herstelgericht werken bij hulpverleners.

Op vlak van beleid nemen WEP-leden deel aan verschillende relevante beleidsorganen van het PC (bv. afdelingsbeleidsoverleg, werkgroepen rond thema’s als vrijheidsbeperkende maatregelen, herstelgerichte zorg). Op afdelingsniveau ondersteunt WEP bestaande cliëntenraden, of helpt deze te ontwikkelen. WEP tracht zo telkens maximaal de stem van cliënten te vertegenwoordigen en ervaringskennis van cliënten te promoten. Wij ervaren dat hierdoor de ervaringskennis van cliënten en ervaringsdeskundigen ernstiger genomen wordt en dat de inzet van deze kennis ook leidt tot een verbetering van de zorg.

Daarnaast is WEP op vlak van beleidsparticipatie ook actief in PC-overschrijdend overleg (uitbouw netwerk 107, deelname regionaal overleg rond psychosezorg, verslaving,…) om ook daar de stem van cliënten te helpen vertolken.
Naast het werk binnen het PC richt WEP zich ook naar buiten. Naast beleidsparticipatie is WEP ook erg actief in het aanbieden van vormingen en getuigenissen rond herstel aan (hoge-)scholen, verenigingen en tracht zij zo het taboe rond GGZ te verkleinen.

WEP werkt dus zowel voor cliënten, hulpverleners, familie als voor partners uit de bredere maatschappij. Inhoudelijk richt WEP zich dus op drie pijlers: herstelverhalen en stigma, werken met cliënten, en participatie. WEP is ondanks de sterkte samenwerking en verwevenheid met het PC, autonoom en onafhankelijk in zijn werking. Zij krijgen de vrije ontwikkelingsruimte om visie, aanpak en organisatie uit te werken en beschikken over een eigen budget voor opleiding, vrijwilligersvergoedingen, projecten, … WEP brengt de expertise van ervaringswerkers niet binnen a.d.h.v. één of twee ervaringswerkers, maar doet dit vanuit een ruime groep (+/- 20) vrijwillige ervaringswerkers en twee deeltijdse betaalde ervaringswerkers. Voordeel is dat er op die manier heel diverse expertise en ervaringskennis aanwezig is, en dat de leden ook gedragen worden door de groep. Deze gedragenheid krijgt vorm via ruimte voor onderlinge steun en uitwisseling en de deelname aan intervisie door en voor WEP-leden.

De ontwikkeling en groei van WEP, verliep organisch op tempo van WEP en het PC, en is een noodzakelijke schakel geweest in de uitbouw van herstelgericht werken binnen ons PC.

Hoe wordt de expertise en de ervaringsdeskundigheid van de patiënten benut in dit project?

Ervaringskennis inbrengen in werkgroepen/beleidsorganen en via het aanbieden van vormingen. Ervaringskennis delen met cliënten via individuele gesprekken (permanentiesysteem WEP) via deelname aan groepssessies in het PC. Cliënten helpen hun eigen ervaringskennis te ontwikkelen en hervinden bv. via het aanbieden van WRAP-trainingen; de cursus ‘Herstellen doe je zelf’. Cliënten uitnodigen hun ervaringskennis te delen in cliëntenraden om zo de zorg vanuit de afdeling te helpen optimaliseren. Nieuwe WEP-leden helpen groeien naar ervaringsdeskundigen, via het aanbieden van leertrajecten. Krachtgericht werken: ieder zijn sterkte en expertise, ruimte om net die verder aan te boren en te ontwikkelen.

Op welke wijze wordt de context van de patiënt betrokken?

WEP ondersteunt ook naastbetrokkenen: via deelname aan infoavonden voor naastbetrokkenen bieden zij hoop en perspectief voor hen en helpen zij begrip ontwikkelen voor de kwetsbaarheid van hun naaste. Daarnaast participeert WEP ook aan de PC-brede werkgroep familievriendelijk beleid. WEP is ook gestart met een project dat cliënten helpt om hun eigen netwerk te vergroten via het vinden van en ondersteunen van een vertrouwenspersoon. WEP werkt ook mee aan de uitbouw van en toeleiding naar lotgenotengroepen. Door het taboe rond GGZ te helpen verkleinen, helpt WEP de uitbouw van een netwerk voor cliënten te faciliteren.

In welke mate past het project in de herstelvisie?

Door veel aandacht te bieden aan het eigen verhaal van cliënten en door deze ervaringen te (h)erkennen. Door op een laagdrempelige manier bereikbaar te zijn voor cliënten en mee te werken aan de uitbouw van presentiegericht werken in het PC. De aanwezigheid van de groep ervaringswerkers heeft geleid tot het ernstiger nemen van de stem van de cliënt en diens ervaringskennis, en tot een meer gelijkwaardige relatie tussen hulpverleners ervaringswerkers en cliënten. WEP stimuleert op hun beurt cliënten om de eigen regie rond hun herstel terug in handen te nemen, via individuele gesprekken, via het aanbieden van handvaten zoals WRAP.

In welke mate is het project vernieuwend?

De autonomie van de ervaringswerkers in uitbouw van de werking en in het beheren van een eigen budget. Binnen PC werken zowel in uitbouw van projecten, in samenwerking met hulpverleners en beleid, als in de uitbouw van eigen WEP-projecten. De combinatie van werken binnen én buiten PC. De combinatie van werken voor cliënten, hulpverleners, beleid en maatschappelijke derden. De combinatie van activiteiten die WEP aanbiedt: beleidsmatig werk, individueel werken met cliënten, in groep werken met cliënten, vorming bieden. Dit alles wordt mogelijk gemaakt door het werken in een groep van ervaringswerkers met diverse competenties en statuten.

In welke mate zijn de lessons learned overdraagbare leerpunten voor anderen?

Een groep ervaringswerkers die elkaar kan inspireren, bij de essentie houden en ondersteunen is geen overbodige luxe. Het blijven delen van herstelverhalen met elkaar helpt om vast te houden waar herstel en inzet van ervaringsdeskundigheid over gaat. Pionieren kost energie, het gaat niet zonder hindernissen en twijfels, regelmatig intervisie samen organiseren is noodzakelijk. Ervaringsdeskundigheid is een expertise die in autonomie moet kunnen ontwikkelen en die ook gehonoreerd moet worden: voldoende budget voor bijscholingen, trainers, vrijwilligers en betaalde krachten is noodzakelijk. Een ervaringsdeskundige ben je niet onmiddellijk: trajecten helpen uitbouwen/faciliteren om cliënten te helpen groeien naar ervaringsdeskundige is belangrijk.

Kernboodschap voor anderen:

Om een herstelgericht klimaat uit te bouwen binnen een voorziening is de inzet van ervaringsdeskundigen onmisbaar, niemand kan beter de boodschap van hoop en herstel uitdragen als ervaringswerkers zelf. Zij zijn het levende bewijs dat herstel mogelijk is, en zorgen met hun werk voor een klimaat van meer gelijkwaardigheid en empowerment.

De inzet van ervaringswerkers werkt echter maar als er een openheid bestaat om een herstelgerichte cultuur samen met beleid, hulpverleners, cliënten en ervaringswerkers uit te bouwen. Het één kan m.a.w. niet zonder het ander.