Ik heb toegang tot passende zorg wanneer nodig

Promotor: Prof. Philippe Delespaul

Deze award is specifiek gericht op projecten die streven naar een gesystematiseerde samenwerking tussen meerdere actoren en organisaties om toegankelijke geestelijke gezondheidszorg te garanderen. Het effect moet worden afgewogen op basis van tevreden gebruikers: cliënten en betrokkenen (in het bijzonder familie en buurtbewoners) alsook verwijzers.

Dit zijn de drie genomineerde projecten

Kruispunt GGZ Genk

NOOLIM (Netwerk GGZ Oost-Limburg)

Opstart van een geïntegreerde samenwerking tussen CGG Litp Genk en mobiel crisisteam (schotten doorbreken), om voor de cliënt met psychiatrische problematiek een snelle inschatting en aansluitend een afgestemd zorgaanbod te voorzien. Met directe feedback naar huisarts als verwijzer.

Lees meer

Welke partners (organisaties of andere relevante actoren) zijn betrokken in dit netwerk?

– CGG Litp: drie klinisch psychologen en 1 psychiater
– Mobiel crisisteam (2A Noolim): 1 psychologe, 2 psychiatrisch verpleegkundigen en 1 psychiater
– Huisartsen van regio Genk
– Verschillende andere partners geïnteresseerd: CAW (koppelen aan hun onthaalmoment), CAD, OCMW
– Idee om aan dit kruispunt een project rond eerstelijnspsychologische zorg te koppelen

Er waren geen extra middelen om dit initiatief te realiseren. Het is ontstaan vanuit een droom van de teamcoördinatoren die daarna hun collega’s hebben mee genomen in het idee en alle vrijheid hebben gegeven in uitwerking ervan.

Beschrijving netwerk

Inloopmoment (‘vrije raadpleging’) voor volwassenen (18 tot 65 jaar), met een (vermoeden van) psychiatrische aandoening, waarbij een behandeling op korte termijn aangewezen zou kunnen zijn. De huisarts is belangrijkste verwijzer naar dit initiatief.

Waar / Wanneer?
Welzijnscampus 23 te Genk. Elke maandag. Aanmelden liefst van 9u tot 10u, openingstijden: 9u- 11u30. Cliënten dienen zich aan te melden op de tweede verdieping, bij het onthaal van het CGG, liefst met verwijsbrief.

Werkwijze?
Na een eerste gesprek wordt direct een inschatting gemaakt van de problematiek en de ernst. Dit gesprek verloopt in duo (psycholoog en psychiatrisch verpleegkundige). Soms is er meteen daarna een psychiatrisch consult.
– Indien er sprake is van een crisis, wordt er meteen een -intensief- zorgaanbod opgestart (indien nodig aan huis)
– Indien er geen sprake is van een crisis, maar wel een psychiatrische problematiek waarbij een ambulant aanbod aangewezen is, wordt bekeken welk aanbod het meest aangewezen is (individueel, groep, kortdurend of langdurig, op welke termijn). Dit aanbod kan meteen opstarten en de huisarts krijgt direct terugkoppeling van het advies en de aanpak.
– Indien er volgens de inschatting van de hulpverlening geen sprake blijkt te zijn van een psychiatrisch probleem, maar eerder van psychosociale problemen, wordt de cliënt zo goed mogelijk doorverwezen naar de gepaste zorg.

Met dit netwerk willen we een antwoord bieden op de vraag van verwijzers rond cliënten die niet meteen een crisismatige begeleiding nodig hebben (hoogintensief en aan huis), maar die tegelijkertijd de wachttijd tot een regulier ambulant aanbod niet kunnen overbruggen (de zgn. ‘grijze zones’). We wilden ook de beperkte man/vrouwkracht in de CGG en mobiele teams anders organiseren zodat de middelen efficiënter ingezet worden i.f.v. onze gedeelde bedoeling, nl. snelle zorg voor cliënten met een psychiatrische problematiek.

Lessons learned:

– Verbrede klinische blik
– Wederzijdse verwijsmogelijkheden
– Onderlinge samenwerking enorm bevorderd, drempel naar beide teams kleiner, vlotter
– Cliënten krijgen sneller goede hulp
– Efficiëntiewinst: 10u hulpverlening gewonnen (2 crisishulpverleners, verplaatsing, intake, teambespreking, …)
– Communicatie naar huisarts meteen nadien: zeer positief ervaren

Kernboodschap voor anderen:

Ondersteun als organisatie lokale en subregionale samenwerking gedreven door gedeelde beweegredenen en passie voor de job. Zo gaat het niet meer om de organisatie op zich, maar wel om het verwezelijken van complementaire netwerkdoelen. De organisatie speelt de rol van katalysator en kan motor zijn voor verandering. Laat hulpverleners van onderuit verbinding zoeken i.f.v. een gemeenschappelijk doel (‘nood’) waar het hart naar uit gaat. Als men dit organiseert, laat deze gepassioneerde mensen aan het stuur en laat hen inzetten op hun talent. Geef hier ruimte en vrijheid aan de veldwerkers. De tijd vraagt om het anders inzetten van de middelen, het anders organiseren i.f.v. de bedoeling van cliëntenzorg.

Referenten (gebruikers en verwijzers):

Alle cliënten van huisartsen in Genk + aanmeldingen via CGG en mobiel crisisteam

SSeGA

Penhouder vzw De Vliering

De SSeGA-werking zet in op:
– feitelijke ontschotting tussen Wonen, Welzijn en GGZ en structurele samenwerking
– herstelbevordering sociale huurders met een psychische nood die omwille van zorgmijdend gedrag onder radar van de reguliere GGZ blijven
– voorkomen van probleemescalatie en dreigende uithuiszetting
– vergroten van bereikbaarheid GGZ-zorgaanbod en sensibilisering

Lees meer

Welke partners (organisaties of andere relevante actoren) zijn betrokken in dit netwerk?

Structurele samenwerking tussen GGZ , sociale huisvesting en Welzijn in Antwerpen.
De sector GGZ Antwerpen:
– vzw De Vliering
– APZ Multiversum

De sector sociale huisvesting Antwerpen:
– Vzw SVKA
– cvba De Ideale Woning
– cvba ABC
– cvba Woonhaven Antwerpen

De sector Welzijn:
– vzw Centrum Algemeen Welzijnswerk Antwerpen

Beschrijving netwerk:

De sociale diensten van SHM en SVK stellen vast dat een aantal huurders kampen met ernstige psychiatrische problemen (met inbegrip van verslavingsproblemen). Dit kan leiden tot een sociaal isolement voor de huurders, huurachterstal en/of overlast voor de buren en de ruimere omgeving. De sociale diensten stellen bovendien vast dat een deel van deze huurders doorgaans spontaan geen hulp inroepen bij de bestaande GGZ-voorzieningen. We hebben te maken met zorgwekkende zorgmijders die mogelijks ten gevolge van hun gedrag (lawaaihinder, burenruzies, wanbetaling,…), als neveneffect van hun psychiatrische problemen, dreigen hun betaalbare woonst te verliezen.

Voor deze huurders in het Antwerpse kan de sociale dienst van de SHM’s en het SVK (en exclusief deze maatschappelijk werkers) beroep doen op het bemoeizorg-team. Het team, actief vanuit IBW De Vliering, werkt vanuit een psychiatrisch kader.

De doelstellingen zijn overlast beperken, uithuiszetting voorkomen en sociale isolatie vermijden door een psychiatrische behandeling te starten, het herstelproces te bevorderen en maatschappelijke re-integratie te stimuleren. Voor mensen die nog geen hulpverleningsgeschiedenis hebben, heeft deze manier van werken een preventieve waarde omdat probleemescalatie wordt vermeden en zorg wordt opgestart.

Daarnaast kan adviesverlening vanuit een psychiatrische specialisatie aan de maatschappelijk werkers van de SHM’s en het SVK of zorgcoördinatie voor cliënten met een complex netwerk ook aangewezen zijn.

De begeleiders van het bemoeizorg-team werken hoofdzakelijk outreachend en zijn gericht op het creëren van een vertrouwensrelatie met de cliënt. In aanvang is het in vele gevallen nodig de bemoeizorg-methodiek toe te passen omdat de cliënt zelf geen adequate hulpvraag stelt. Vanuit dat contact kan men komen tot het stellen van een psychiatrische inschatting, het maken van een risico-inschatting en het starten van een behandeling ter bevordering van herstel. Deze vorm van bemoeizorg in België is nieuw.

Tevens vernieuwend aan het project is het feit dat Wonen en Welzijn elkaar hebben opgeleid. De sociale diensten van de SHM’s en het SVK hebben het bemoeizorgteam geleerd hoe sociaal wonen in elkaar zit en hoe contact leggen met sociale huurders. De GGZ-hulpverleners hebben de sociale dienst geleerd om naar bepaalde indicaties te kijken zodat zij als het ware een eerste inschatting kunnen maken en weten of ze iemand met problemen moeten doorverwijzen naar het bemoeizorgteam of naar andere hulpverlenende instanties. Door de wederzijdse vorming is er begrip voor elkaars werk gestimuleerd. Het heeft er voor gezorgd dat beide werkingen niet naast elkaar, maar met elkaar praten.

Bij dit alles is er ook regelmatig overleg met de SHM’s en het SVK zodat zij op de hoogte blijven van die zaken die voor hen van belang zijn. Daarbij is het niet nodig dat zij informatie krijgen over het ziektebeeld. Daar speelt het voorwaardelijk beroepsgeheim. Er wordt enkel info uitgewisseld om ieder zijn werk goed te laten doen.

Lessons learned:

Complexe problemen los je niet op met 1 dienst. Daar heb je een netwerk voor nodig, zowel professioneel als informeel. Voor een vlotte intersectorale samenwerking ligt het best structureel vast hoe je samen werkt en wie welke taak opneemt om gemeenschappelijk opgestelde doelen te verwezenlijken. Zorg daarnaast voor een vast aanspreekpunt met mandaat en coördinerende functie. Kom ten slotte regelmatig samen voor overleg. Het bevordert wederzijds vertrouwen en houdt het gedeelde verantwoordelijkheidsgevoel vast. Maak een plan van aanpak mét de cliënt dat maximaal wordt ondersteund door de cliënt. Stel het plan desnoods op in verschillende stappen.

Kernboodschap voor anderen:

Van een huurder verwacht de sociale woonpartner twee dingen: “hij betaalt zijn huur en hij gedraagt zich…zo niet, wordt hij geholpen.”

Referenten (gebruikers en verwijzers):

Gebruikers: in De Standaard verscheen vrijdag 18/11/16 een getuigenis van 1 van de gebruikers van de werking. Daarnaast is er ook een film opgenomen waar zowel gebruikers, steunfiguren als andere hulpverleners aan het woord komen. Beiden kunnen worden opgevraagd via de organisatie.

Verwijzers zijn de sociale woonpartners in Antwerpen.

BOTS

Netwerk GG Aalst-Dendermonde-Sint-Niklaas

Met BOTS zetten we binnen ons zorgnetwerk ADS mee in op (de uitrol van) een zorgtraject (-continuüm) voor mensen met een psychosegevoeligheid. BOTS heeft verschillende functies: aanloopfunctie/verleiden tot zorg, assessment en screening, drempels naar maatschappij verlagen, behandelaanbod bieden…

Lees meer

Welke partners (organisaties of andere relevante actoren) zijn betrokken in dit netwerk?

Het initiatief ‘BOTS’ komt van PC Sint-Hiëronymus Sint-Niklaas (functie 4), en meer bepaald de afdelingen Legato en Largo. Legato is de residentiële afdeling voor mensen met een psychosegevoeligheid, Largo het dagcentrum binnen datzelfde zorgprogramma. Dit alles in samenwerking met de eigen cliënten en de Werkgroep Ervaringsinzet en Participatie (ervaringsdeskundigen PC Sint-Hiëronymus).

VDIP Waas en Dender (functie 1) heeft mee het initiatief uitgetekend en uitgewerkt, en is nu nog steeds de belangrijkste partner.

BOTS is een laagdrempelig huis, in een winkelpand in het stadscentrum, voor iedereen met een psychosegevoeligheid. Iedereen of elke organisatie kan dus toeleiden naar BOTS. We gaan actief op zoek naar contacten met partners (zie hieronder).

Beschrijving netwerk:

BOTS is een ontmoetingsplek voor personen met een (vermoeden van) psychosegevoeligheid en bevindt zich in een interieurwinkel in het stadscentrum van Sint-Niklaas.

De doelgroep: jongeren met geen of beperkte ervaring binnen de GGZ, en volwassenen met andere noden (dan bv. hospitalisatie in een PC).

Het team van BOTS bestaat uit hulpverleners, vrijwilligers en ervaringsdeskundigen: allen dragen ze hun steentje bij. Vanuit de principes van herstelondersteunende zorg en Acceptance & Commitment Therapy (ACT) trachten we te kijken hoe we de kwaliteit van leven kunnen verhogen, zonder te spreken van ‘hulpverlening’.

Bij het ontwikkelen van BOTS werd vooraf de duidelijke keuze gemaakt om dit initiatief buiten het ziekenhuis, en dus buiten alle verplichtingen van registratie en dossieropbouw te organiseren. Hierdoor kunnen we een zeer flexibele houding aannemen inzake het aanbod en de noden/behoeften van bezoekers. Het doel hiervan is de drempel (van de zoektocht) naar gepaste hulp zeer laag te houden. Bezoekers aan BOTS kunnen dan ook gewoon vrijblijvend langskomen tijdens de openingsuren. Wie wil deelnemen aan een (gratis) activiteit kan dit, maar wie gewoon een koffie en een babbel wil, kan dit ook. Er is een ontspannend, maar ook een therapeutisch aanbod: voor elk wat wils.

De effectiviteit van dergelijk laagdrempelig zorginitiatief is grotendeels afhankelijk van een goed netwerk. In het zorgtraject van leven met een psychosegevoeligheid kan BOTS zowel van preventief instrument tot nazorgtraject benut worden. Dit vraagt dan ook het over de muren heen kijken naar partners en out-of-the-box-contacten leggen.

Regelmatig organiseren we daarom een BOTSinc., een lunchgesprek waarbij we externe partners (GGZ en niet-GGZ) uitnodigen voor een korte voorstelling en ontmoeting. We toetsen daarbij samenwerkingsmogelijkheden af. We bekijken hoe we de samenwerkingsverbanden kunnen uitdiepen en integreren in onze BOTS-werking (bv. hoe kunnen we linken met een gameswinkel voor jongeren in het stadscentrum).

BOTS bestaat in oktober 1 jaar en is dus nog volop in ontwikkeling. Uit de evaluatie en SWOT-analyse, gemaakt met partners en bezoekers, blijkt een grote tevredenheid en verdere groeimarge.

Lessons learned:

Door de veranderingen in het GGZ-landschap merken we dat er ook een duidelijke nood is aan kleinschalige, laagdrempelige initiatieven. Initiatieven die gericht zijn op de individuele noden, waarbij ontmoeting en sociale contacten vaak een nood is die sterk aanwezig is bij personen met een psychosegevoeligheid.

BOTS is een dergelijke ontmoetingsplaats voor een afgelijnde doelgroep die we naast het sociale aspect ook een inhoudelijk aanbod trachten te bieden om hen te versterken in hun herstelproces. Ook over het GGZ-muurtje kijken is hierin erg belangrijk: met welke niet-GGZ-partners kunnen (moeten?) we samenwerken? Ga op zoek buiten de gekende zorgpaden.

Kernboodschap voor anderen:

Durf na te denken over een flexibele houding in de zorg! Al te vaak worden we geconfronteerd met intramurale zorg die mogelijks te veel aanbod geeft (meer dan cliënt vraagt en/of nodig heeft) en extramurale/ambulante zorg die onvoldoende kan bieden (omwille van tijdsdruk, omwille van verplichte workload, omwille van te lange wachtlijsten, …).

Enige creativiteit en een goede wil om samen te werken met partners out-of-the-regular-box kan leiden tot een laagdrempelig initiatief waar de cliënt bij gebaat is.

Referenten (gebruikers en verwijzers):

• VDIP Waas en Dender
• PC Sint-Hiëronymus Sint-Niklaas
• APZ Sint-Lucia Sint-Niklaas
• PAAZ AZ Nikolaas
• Mobiel team langdurige zorg Sint-Niklaas en Dendermonde
• JOS vzw (JeugdwerkOndersteuning Sint-Niklaas)
• Straathoekwerk Sint-Niklaas
• Odisee Hogeschool Campus Waas
• Logo Waasland
• CAW Waasland
• Huisartsen Waas en Dender
• Jeugdvereniging Bermijngroep Sint-Gillis-Waas
• VormingPlus Waas en Dender
• Cliënten Largo en Legato
• De buren
• …